Ontwikkeling van het karakter van de pup

Tijdens de opgroei van uw pup tot volwassen hond maakt de pup een aantal periodes door, waarin hij zijn karakter zal ontwikkelen.

Bij het ontwikkelen van het karakter van een pup zijn twee factoren erg belangrijk, te weten : de erfelijke factoren en de factoren waarin uw pup groot gebracht wordt. De erfelijke factoren zijn bepaald door de raskenmerken en de ouders van de pup. Het is niet mogelijk een yorkshire terrier te gebruiken als blindengeleidehond en een erg nerveuze moeder zou deze karaktereigenschap kunnen door gegeven aan haar pup.

Voor u is het van belang te weten op welke periodes u invloed heeft en welke dit zijn.

  • 1 tot 3 weken - Nestfase
  • 3 tot 4 weken - Overgangsfase
  • 4 tot 8 weken - Inprentingsfase
  • 8 tot 12 weken - Gewenning omgevingsfase
  • 12 tot 16 weken Rangorde fase

 De Nestfase:

De eerste drie weken bestaan voor de pup uit eten en slapen. Deze fase wordt volledig besteed aan groeien. Rond de 13e dag gaan bij de pup de oogjes open, ze gaan echter pas zien rond de 18e dag. Ook dan gaan ze de andere zintuigen gebruiken zoals bijvoorbeeld de oren.  

Overgangsfase:

In de derde en vierde week gaat de pup het nest verlaten. Alle zintuigen zijn nu goed ontwikkeld en verder begint de pup vast voedsel te eten.  

Inprentingsfase:

Deze periode is de belangrijkste periode. In deze fase leert hij zijn soortgenoten kennen. Hij leert zijn eigen soort kennen met betrekking tot de taal van honden onderling. Een pup groot brengen met de fles is gedoemd te mislukken als hij bij zijn moeder vandaan gehaald wordt. Deze honden zijn gestoord in hun gedrag. Gaat er iets mis tijdens de inprentingsfase dan kan dit NOOIT meer hersteld worden!!

 Gewenning omgevingsfase:

In de gewenningsfase leert de pup zijn omgeving verkennen. Dus ziet een pup in deze periode nauwelijks andere honden en/of mensen dan zal hij de rest van zijn leven angstig zijn voor honden en/of mensen omdat hij deze niet kent. Het is erg belangrijk dat een pup in de leeftijd van 8 tot 12 weken heel veel indrukken op doet (de kat/de auto/de fiets).

Wilt u later uw hond meenemen naar bijvoorbeeld een manege zorg er dan voor dat uw pup in aanraking komt met paarden. Het hoeft maar heel kort te zijn en uw pup moet het als positief ervaren. Als een pup veel indrukken op doet in deze periode hebben wij het over een verrijkte omgeving.

Wordt een pup grootgebracht in een prikkel arme omgeving dan spreken wij van het Kennelsyndroom. Dit zich uit in bijvoorbeeld totale verstarring bij het in aanraking komen met onbekende situaties.

Het kan voorkomen dat uw pup in een nieuwe situatie schrikt. Het is heel belangrijk dat u op dat moment de hond niet oppakt of troost want u bevestigt hierbij zijn angst. Laat de hond merken dat het een normale situatie is. Doorlopen dus, als de pup met u meekomt kunt u een beloning geven bijvoorbeeld in de vorm van een bemoedigend woordje.

Een negatieve ervaring kan toch positief zijn mits het niet shockerend is!  

Rangorde fase:

In deze fase leert uw hond door middel van spelletjes zijn plaats in de roedel (uw gezin) kennen. De plaats van uw hond in uw gezin moet altijd de laagste plaats van de roedel zijn! Tijdens het spelen is het goed voor het zelfvertrouwen van uw pup om af en toe een spelletje te winnen. Hierbij is het belangrijk dat u altijd het laatste spelletje wint. Hij ziet u dan als zijn meerdere. In een roedel mag een pup tot de leeftijd van 12 weken ongestoord bij iedereen mee eten, tijdens de rangorde fase is dit afgelopen en moet hij netjes op zijn beurt wachten. Sommige honden vertonen baknijd dit kunt u voorkomen door in de rangorde fase af en toe de bak van uw pup weg te halen en er dan iets lekkers bij te doen. Een hond zal gedurende zijn hele leven proberen in rangorde te stijgen.

Hier volgen nog enkele aandachtspunten:

  1. Ga niet op het uiterlijk van een ras af maar lees eerst  karaktereigenschappen die bij dit ras horen
  2. Is de teef ook een leuke hond en wie is de vader?
  3. Bekijk de omgeving waar uw pup opgroeit zorgvuldig.
    • is het een afgelegen boerderij of midden in de stad
    • is het een druk gezin met kleine kinderen of iemand alleen
    • waar ligt het nest ? in huis of in de schuur
  4. Wat weet de fokker/eigenaar van de gewenning omgevingsfase, en hoe wordt hiermee omgegaan
  5. Op welke leeftijd mag u de pup ophalen? In welke fase  zit hij dan en wat kunt u hier nog mee?

   

 
[ terug ]
Web design by Highwire IT