Melkkliertumoren bij de kat

Melkkliertumoren zijn de meest voorkomende tumoren bij poes en teef.  Bij katten is 80% kwaadaardig.

Melkkliertumoren komen vaker voor bij dieren die niet gesteriliseerd zijn dan bij deze die wel gesteriliseerd zijn. Er blijkt een relatie te bestaan tussen het aantal krolsheden dat een dier doorlopen heeft, en de kans op melkkliertumoren.

Goedaardige tumoren zijn tumoren die niet gemakkelijk uitzaaien, d.w.z. op andere plaatsen in het lichaam terecht komen en daar gaan groeien. Wel kan het voorkomen dat je dezelfde (goedaardige) tumor in meerder melkklierpakketten aantreft.

Bij kwaadaardige tumoren worden er gemakkelijk tumorcellen met de bloedstroom of lymfestroom meegevoerd. Komen deze cellen in andere organen terecht, dan kunnen ze ook daar gaan woekeren. Bij melkkliertumoren zal dit het vaakst gebeuren in de longen, maar het kan ook naar de buikorganen of naar het bot.

Het onderscheid tussen goed- en kwaadaardige tumoren kan alleen maar gemaakt worden door een stuk van de tumor, of de gehele tumor in een laboratorium te laten onderzoeken.

Er is veel discussie geweest ontrent het alsnog steriliseren van een dier dat al melkkliertumoren heeft. Volgens de laatste publicaties (2002) is dit bij honden niet zinvol. Bij katten daarentegen zou het steriliseren een gunstige invloed hebben op de levensverwachting van het dier.

Ons advies na het ontdekken van melkkliertumoren luidt:

  • röntgenfoto's van de longen. i.v.m. de aanwezigheid van uitzaaiingen (let wel op: hele kleine tumoren zijn niet altijd zichtbaar. Wil men heel zeker zijn dat er geen uitzaaiingen in buikorganen zijn, dan evt. ook een echo van de buik).
  • Ruim verwijderen van alle aangetaste melkklieren, evt. met de bijbehorende lymfeklieren.
  • Opsturen van de verwijderde tumoren naar het laboratorium. Het voordeel hiervan is, dat men weet waar men aan toe is als er nieuwe tumoren zouden ontstaan.
 
[ terug ]
Web design by Highwire IT