CaviaAlgemene informatie over cavia's


 

De cavia komt oorspronkelijk uit Zuid-Amerika en werd in de16e eeuw in Europa geïmporteerd, waarschijnlijk via Suriname. De vacht kan zowel glad als ruw en kort- als langharig (angora) zijn. Cavia's worden ten onrechte nogal eens marmot genoemd. De echte marmotten zijn de 'mulmeltiere' die in de alpen voorkomen.

Bijzonderheden:

De cavia heeft steeds doorgroeiende tanden en kiezen. Goed kauwen op hooi zorgt ervoor dat tanden en kiezen op de juiste manier slijten. Sommige tanden sluiten niet goed op mekaar aan en kunnen daardoor slecht of verkeerd afslijten. Hierdoor kunnen olifantstanden ontstaan. Het eten wordt dan pijnlijk, er kunnen wondjes of abcessen in de mond ontstaan. Dergelijke tanden moeten regelmatig geknipt worden. Bij vermagerde dieren moet aan dit aspect aandacht worden besteed.
De cavia kan zelf geen vitamine C aanmaken. Zie verder onder het hoofdstukje Voeding.

Geslachtsonderscheiding:

Door met de vinger te drukken op de anale streek puilt bij het mannetje (=beertje) de penis naar buiten. Links en rechts naast de penis zijn bij een geslachtsrijp beertje de testikels zichbaar. Bij het vrouwtje puilt er niks uit.

geslachtsorganen_cavia.jpg

Fysiologische gegevens:

Lichaamstemperatuur40 graden Celcius
Ademhalingsfrequentie42 keer per minuut
Hartfrequentie230-380/minuut
Levensverwachting6-8 jaar

Gedrag:

De cavia is een groepsdier met een duidelijke hiërarchie onder de beertjes. Bij de vrouwtjes (zeugjes) komt dit verschijnsel veel minder of niet voor. Beertjes onderling gaan makkelijk vechten als er vrouwtjes in de buurt zijn.

Hanteren:

De cavia is een goed te hanteren dier dat niet zo snel zal bijten. Hij moet met beide handen worden opgepakt. Het beste is het dier rond de schouders te pakken en met de andere hand het onderlichaam te ondersteunen. Vooral bij drachtige cavia's is het belangrijk het onderlichaam te ondersteunen omdat dit erg zwaar wordt. Bij zware of drachtige dieren bestaat namelijk het gevaar dat de vingertoppen in de buikholte een leverscheuring veroorzaken met als gevolg een inwendige bloeding met dodelijke afloop.

Fokken:

Meestal past men polygame fok toe van 1 beertje met 4 à 5 zeugjes. Cavia's maken geen nest maar verschuilen zich graag in hooi, dat dus ook beschikbaar moet zijn. Dat beschermt bovendien de pasgeboren jongen tegen afkoeling. Pasgeboren cavia's zijn meer volgroeid dan bij anderen knaagdieren het geval is. Het zijn nestvlieders. Bij de geboorte zijn de jongen al behaard, de ogen zijn open en het gebit is ontwikkeld. Kort na de geboorte kunnen de jongen al voer opnemen en water drinken. Hoewel het zeugje maar 1 paar tepels heeft, kan ze goed nesten van 3 a 4 jongen groot brengen. Vanaf de leeftijd van 4 weken mogen de kleintjes van de moeder gescheiden worden. Als je met een zeugje wil fokken, dan is het belangrijk dat ze het eerste nestje krijgt voordat ze 12 maanden is. Als ze ouder is dan is het bekken volgroeid en kan niet meer uitrekken voor de geboorte, waardoor de kleintjes het bekkenkanaal niet of heel moeilijk kunnen passeren.

Fokgegevens:

Geslachtsrijp9 weken, soms al eerder!!! 
Fokrijpheid4-5 maanden
Draagtijd66 tot 72 dagen
Nestgrootte1-6 (gemiddeld 4)
Geboortegewicht70-100 gram
Speenleeftijd3-4 weken
Speengewicht150-200 gram
Volwassen gewichtbeertje: 950-1200 gram
zeugje: 700-850 gram
 

Voeding:

Cavia's missen een enzym dat nodig is om van glucose vitamine C te maken. De cavia heeft dus dagelijks aanvoer van vitamine C nodig: minimaal 1 mg per  kg lichaamsgewicht, per dag. Dit is niet het geval bij het konijn. Konijnenvoer kan dus niet aan cavia's kan worden gegeven zonder dat extra vitamine C wordt verstrekt. Fruit en groenvoer zijn hiervoor geschikt, maar vitamine C kan ook via het drinkwater worden verstrekt in een dosering van 1 gram per liter water. Vooral in de winter is het nogal eens moeilijk om zonder supplement vitamine C in het drinkwater aan de dagelijkse behoefte vitamine C via het voer te voldoen.
Hooi is het allerbelangrijkste voedsel voor de cavia! Niet alleen voor zijn tanden, maar ook voor zijn maag-darmstelsel. Daarnaast zijn verschillende groentes belangrijk, maar een cavia moet wel langzaam aan nieuwe groentes wennen, anders bestaat het gevaar dat de cavia erge diarree krijgt. Caviakorrels zijn van minder belang, 35 gram per kg lichaamsgewicht per dag is meer dan voldoende! Als een cavia teveel krijgt, dan loopt het dier een groot risico op overgewicht en een ontregeld maag-darmkanaal.
Cavia’s zijn slordige eters. Ze morsen veel en doen hun behoeften in de voerbak. Het voedsel moet dus vaak worden ververst en de voerbak moet regelmatig worden schoongemaakt. Ook waterflessen met liefst roestvrij stalen drinktuiten moeten vaak worden gereinigd, omdat cavia's in de fles terugspuwen. Water en voer moeten vrij ter beschikking staan.  

Huisvesting:

Dieren moeten zich kunnen verschuilen, bijvoorbeeld in hooi of onder een afdakje. Als bodembedekking kunnen houtkrullen of zaagsel gebruikt worden. Zaagsel heeft als nadeel dat het zich bij de beertjes kan ophopen onder de voorhuid van de penis en daar een chronische ontsteking veroorzaken.
De ideale omgevingstemperatuur is 20-24 graden Celcius. Ze kunnen goed tegen lagere temperaturen als ze een goede bodembedekking hebben. Maar onder de 17 graden gaan jonge cavia's dood. Cavia's zijn slecht bestand tegen hoge temperaturen. Deze mag zeker niet hoger zijn dan 30 graden. Het hok kan het beste op een tochtvrije plaats staan.
Cavia’s schuilen graag, een houten huisje in het hok vinden ze geweldig!

 
[ terug ]
Web design by Highwire IT